FD (april 2012) ‘Prijskaartje fondsen vaak complex’

14 april 2012

Prijskaartje fondsen vaak complex

De kosten van beleggingsfondsen zijn moeilijk te begrijpen. Maar dat kan anders.

Lange tijd hadden de kosten een marginale impact op het rendement van beleggingsfondsen. Toen de bomen in de jaren ’90 en de eerste helft van dit decennium tot in de spreekwoordelijke hemel groeiden, konden beleggingsfondsen steevast op mooie resultaten bogen. Maar die tijd is voorbij. In het schrale beursklimaat van nu zijn de kosten van een beleggingsfonds zeer bepalend voor het rendement.

Hier doemt een probleem op: voor de particuliere belegger is het achterhalen van de kosten een tijdrovende en vaak (te) ingewikkelde klus. De Autoriteit Financiele Markten (AFM) heeft daarom de fondsenindustrie opgeroepen om helderheid te verschaffen. De particulier moet een duidelijke indicatie van de kosten krijgen als hij een beleggingsfonds wil aanschaffen, liefst in één getal. Zo’n indicatie is er nu niet.

Morningstar, dat beleggingsfondsen vergelijkt voor de particuliere belegger, is het eens met de oproep van de AFM. ‘Om goed inzicht te krijgen in de kosten, moet een belegger het prospectus, jaarverslag en de financiële bijsluiter van een fonds doorwerken’, vertelt San Lie, hoofd onderzoek Benelux. ‘Dat is voor veel particulieren niet te doen, alleen al vanwege de tijd die dat kost. Laat staan wanneer je meerdere fondsen met elkaar wilt vergelijken.’

Een simpele poging om de kosten van drie grote Nederlandse aandelenfondsen te vergelijken, leert waar de pijn zit. De belangrijkste kostenpost van een beleggingsfonds is de Total Expense Ratio (TER). Anders dan de naam suggereert, is dit echter geen totaalprijs. In de TER zitten kosten zoals de beheervergoeding, accountantskosten en uitgaven voor marketing van het fonds. Maar belangrijker is wat er niet in zit. Dat zijn vooral de transactiekosten, ofwel de kosten die de fondsmanager maakt wanneer hij stukken aan- of verkoopt. Die worden achteraf in rekening gebracht.

Om een indicatie te krijgen zijn beleggers aangewezen op jaarverslagen van eerdere jaren.

Wie de moeite neemt om de cijfers op te snorren, merkt een verschil in verslaglegging. Zo meldt het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds in het verslag over de eerste helft van 2011 alleen het totaalbedrag aan transactiekosten. Het is dus aan de belegger om uit te rekenen hoeveel procent dat is van de waarde van het fonds. In het prospectus wordt wel een percentage genoemd, maar alleen over 2010.

Robeco Hollands Bezit biedt wel getallen over heel 2011, maar laat het bij een totaalbedrag aan transactiekosten. Het BNP Paribas AEX Index Fonds verwijst in het prospectus onder het kopje transactiekosten naar de omloopsnelheid van het fonds. Door daar naar te kijken, kan ‘een indruk worden verkregen van de mate waarin er actief beheer plaatsvindt en van de relatieve transactiekosten die gemoeid zijn met de verschillen in portefeuillebeheer.’

Kortom, de transactiekosten zijn lastig te vergelijken. En daar komt bij dat fondsen nog allerlei andere kosten rekenen die ook niet in de TER zitten, zoals rentelasten en kosten voor het uitbetalen van dividend. Al zijn er ook weer fondsen die zulke kosten wel in de TER opnemen. Een totaalprijs, zoals voorgesteld door de AFM, bevat misschien nog steeds allerlei moeilijk te begrijpen kostenposten. Zo’n Total Cost of Ownership zou wel een duidelijke indicatie geven van die kosten. En het maakt het mogelijk om op prijs te vergelijken.

Maar het is gemakkelijker gezegd dan gedaan, denkt San Lie van Morningstar. ‘Het zal moeilijk worden om vooraf een goede indicatie te geven. Dat komt vooral doordat transactiekosten moeilijk voorspelbaar zijn. Het aantal transacties is immers sterk marktgedreven.’

De AFM heeft de bal nadrukkelijk bij de fondsen neergelegd, met de kanttekening dat de toezichthouder zal ingrijpen als de sector hier zelf niet mee aan de slag gaat. Maar de fondsenwereld heeft het idee van een totaalprijs nog niet van harte omarmd.

Dat is enigszins begrijpelijk, omdat de industrie nog volop bezig is met het afschaffen van de omstreden distributievergoeding die fondshuizen betalen wanneer banken of vermogensbeheerders een van hun fondsen aan klanten verkopen. De sector doet dat zonder dat de marktautoriteiten daartoe hebben verplicht. De fondsen vrezen dat Nederland door nieuwe veranderingen zich verder verwijdert van het internationale speelveld. Volgens San Lie duurt het nog zeker een jaar voor de totaalprijs wordt ingevoerd.

Tot die tijd moeten beleggers zelf puzzelen. In het schrale beursklimaat van nu zijn de kosten zeer bepalend voor het rendement.

Bron: Het Financieele Dagblad - zaterdag 14 april - Jeroen Bos en Martine Wolzak.
Auteursrecht is voorbehouden aan Het Financieele Dagblad

Download het krantenknipselLees meer

OXBY
Home
Over OXBY vermogensbeheer
Wie is OXBY vermogensbeheer
Wat is het Nieuwe Vermogensbeheer?
Uit de media
OXBY in de media
OXBY Keuring
Laat uw beleggingen gratis keuren door OXBY
Altijd controle over uw vermogen
U kunt altijd stoppen, het is en blijft uw geld
Wat biedt OXBY Vermogensbeheer?
Lage kosten
Hoog potentiëel rendement
Vermogensbeheer vanaf € 15.000,-
Waarom is OXBY goedkoper?
Lage kosten
Hoog potentieel rendement
Rendementen OXBY-Hoog, Midden en Laag
Actuele rendementen OXBY
Betrouwbaarheid van het model OXBY
Contact
Contact met OXBY Vermogensbeheer
Vragen over OXBY Vermogensbeheer
Bel 020-555 0000